7385
stemmen voor
De Vergeten Oplossing
“Het doel is een schone, duurzame economie te bereiken binnen één generatie, door over te stappen op échte, eerlijke prijzen: ecoprijzen.”
Opvallend nieuws geplaatst in het perspectief en de visie van De vergeten oplossing. Nieuwsberichten aangevuld met een fictieve twist, gericht op een duurzame toekomst.
Volgens een studie van onderzoeksbureau Motivaction is er een groeiend draagvlak voor transities in de richting van een duurzame economie. Terwijl consumenten geleidelijk naar een nieuwe norm bewegen, tonen bedrijver juist weer vaker verzet. ‘Een transitie is nooit een rechtlijnig proces,’ zegt econoom Stegeman. ‘Bedrijven die veel geld verdienen met het huidige systeem van onduurzame productie, zullen veranderingen zo lang mogelijk proberen tegen te houden.’ Wat vooral helpt om gedrag te doen veranderen, is geld. Een financiële prikkel blijkt een cruciale drijfveer voor gedragsverandering in vrijwel alle transities, aldus de studie. ‘Relatief veel Nederlanders geven aan dat zij eerder geneigd zijn om duurzame keuzes te maken als dit de goedkoopste optie is.’
‘Een financiële prikkel blijkt een cruciale drijfveer voor gedragsverandering in transities’
Uit recent onderzoek van onder meer Nyenrode en Erasmus Universiteit blijkt dat het saldo van de maatschappelijke kosten en baten van de grote AEX-bedrijven gemiddeld negatief uit valt. Volgens de huidige kapitalistische maatstaven maken ze weliswaar winst, hetgeen een teken is van waardecreatie: blijkbaar kunnen ze met hun verkopen van producten en diensten meer dan hun kosten dekken en zo winst laten zien. Maar in de kosten worden nu niet hun vervuilingskosten meegenomen. Deze kosten worden nu op de samenleving afgewenteld. Zouden deze bedrijven ze wel zelf moeten betalen, dan blijken ze geen waarde meer te creëren maar waarde te vernietigen.
‘Veel bedrijven blijken waarde te vernietigen als ze zelf zouden moeten opdraaien voor hun vervuilingskosten.’
Voor veel mensen zijn kolen, olie en gas de ‘normale’ energie. We zijn er mee opgegroeid. Maar het raakt op en is vervuilend voor de planeet. Terwijl we helemaal geen brandstoffen nodig hebben, want er is genoeg energie. Ga maar na: boven ons de zon en een atmosfeer met luchtdrukverschillen, waardoor er volop wind is, en om ons heen golven en rivieren die waterkracht bieden. Ze bieden ons alle (schone) energie die we ooit nodig zullen hebben. Vooral zonne-energie groeit sneller dan verwacht en is bovendien goedkoper op te wekken dan fossiele alternatieven. En het wordt steeds goedkoper: zonne-energie is een technologie die zich blijft ontwikkelen en steeds efficiënter wordt.
‘De reden dat zonnestroom de wereld verovert? Het is spotgoedkoop. Politici wordt wakker, de zon schijnt !’
In het onlangs verschenen boek van een van de invloedrijkste Amerikaanse economen en Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz windt hij er geen doekjes om: het neoliberalisme moet beteugeld worden door een prijs te zetten op milieuschade. Stiglitz: ‘De vrije markt kan niet alle problemen oplossen, zoveel is wel duidelijk geworden. Milieuvervuiling en grondstoffen verspilling en vernietiging als belangrijkste uitwassen van de kapitalistische economie vereisen overheidsingrijpen. De invoering van de ecoprijs is hiervoor een doeltreffend en noodzakelijk instrument.’
‘De vrije markt kan niet alle problemen oplossen, zoveel is wel duidelijk.’
De industrie is verantwoordelijk voor bijna een derde van de CO2-uitstoot. Waar veel bedrijven een aantal jaar geleden nog aarzelden over verduurzaming, zijn de meeste zijn nu overtuigd van de noodzaak. Een flink aantal bedrijven heeft inmiddels ook flinke stappen vooruit gezet. Dankzij duurzame innovaties verstevigen ze hun positie op de markt. Tegelijk blijven juist veel grote bedrijven achter. Niet alleen mist Nederland hierdoor het klimaatdoel van 2/3 reductie in 2030. Ook gaat dit ten koste van de concurrentiepositie van onze industrie. Bedrijven als Tata Steel en Shell dreigen hierdoor steeds verder achterop te raken. Als ze niet snel bijschakelen rest hen weinig anders dan net als de dinosaurussen uit te sterven.
‘Bedrijven die niet verduurzamen maar vasthouden aan het oude, dreigen net als de dinosaurussen uit te sterven.’
Wereldwijd is de biodiversiteit in de laatste 50 jaar met bijna 70 procent afgenomen. Het verlies van biodiversiteit als gevolg van onze industriële productie is enorm. Een voorbeeld van slechts 3 producten: elk jaar verdwijnt een natuurgebied vergelijkbaar met twee derde van Nederland, enkel en alleen door de wereldwijde productie en consumptie van sneakers, bankstellen en smartphones. Bedrijven kunnen nog steeds ongestoord doorgaan met productiemethoden die leiden tot afbraak van de natuur. Dit zal pas gaan veranderen als ze de kosten hiervan zelf in rekening gebracht zouden krijgen. Pas als ze de echte prijs zouden moeten betalen, zullen ze razendsnel overstappen op schone en duurzame productietechnieken. Dankzij de ecoprijs zullen vervuilende producten duurder worden en consumenten massaal overstappen op schone en duurzame producten.
‘Het is de Vergeten Oplossing: overstappen op de echte prijs: de ecoprijs.’
Weinigen realiseren zich hoe zwaar milieubelastend de kledingindustrie is. Zo verbruikt het enorme hoeveelheden water om haar producten te verven. Dat water stroomt vervolgens vervuild terug de natuur in. Behalve voor slechte lonen is de kledingindustrie ook verantwoordelijk voor zo’n 8% van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Wat het nog schrijnender maakt, is dat de koopverslaafde mode-consument nooit tevreden is en steeds weer wat nieuws wil. De meeste kledingstukken verdwijnen na een paar keer dragen in de kast en belanden uiteindelijk op afvalbergen en in verbrandingsovens. Slechts 1% van de oude kledingstukken wordt verwerkt tot nieuwe kleren. Opkomende bedrijven als het Chinese Shein produceren tegen dumpprijzen nog meer, nog sneller en nog vervuilender dan de traditionele kledingbedrijven. Onder druk van de opkomst van dergelijke ultrafast-fashion bedrijven als nieuwe concurrenten zijn kledingbedrijven die wilden verduurzamen hiermee gestopt. Wanneer grijpt de politiek in? Wat zou de ecoprijs hier een enorme verandering kunnen betekenen.
‘Ultrafast-fashion: tegen dumpprijzen nog meer, nog sneller en nog vervuilender.’
Dat het klimaat opwarmt met grote gevolgen voor de mensheid is geen discussie meer. Maar hoe pakken we dat nu eindelijk voortvarend aan? Niet door een economie van hernieuwbare energie en circulaire grondstoffen naast de huidige economie te bouwen, teneinde de weerstand bij het publiek maar te ontlopen. Wel door in de huidige economie de kosten van vervuiling bij iedereen in rekening te brengen, zodat de prikkel tot verduurzaming bij ieder op gang komt. En die komt met vele voordelen. Minder uitstoot van auto’s en industrie en minder vlees eten levert direct gezondheidswinst op. Ook het vergroenen van onze omgeving, gezond eten en bewegen dragen bij aan ons levensgeluk. Verduurzamen is uiteindelijk goedkoper dan maar blijven vervuilen. Door grondstoffen te hergebruiken en apparaten langer te laten meegaan, doordat deze makkelijker zijn te repareren dalen de kosten. Daarbij kost steviger klimaatbeleid nu minder dan in de toekomst wanneer de gevolgen veel ernstiger zijn. Hoe langer we uitstellen, hoe duurder het is. Waar wachten we nog op?
‘Hoe langer we uitstellen, hoe duurder het is. Waar wachten we nog op?’
Voor de energietransitie zijn veel materialen nodig. Denk aan grondstoffen voor windturbinemagneten, accu’s of zonnepanelen. Veel van deze grondstoffen moeten we elders vandaan halen. Er is een belangrijk verschil tussen grondstoffen voor zonnepanelen en windturbines en fossiele brandstoffen zoals olie of gas. Een lading olie of gas moet je verbranden om energie te krijgen, waarna je onmiddellijk weer een nieuwe lading moet importeren. Daarentegen blijven windturbines en zonnepanelen decennialang in gebruik. Als we de materialen hiervoor slim inzetten kunnen we ze daarna steeds weer hergebruiken. Dit kunnen we stimuleren door een slimme beprijzing van de vervuiling en verkwisting van eenmalige grondstoffen.
‘De toekomst is het slim inzetten van grondstoffen zodat we ze steeds weer kunnen hergebruiken.’
Al in 2000 richtte Paul Dickinson het Carbon Disclosure Project (CDP) op, bedoeld om bedrijven te laten rapporteren over hun uitstoot. In het begin waren bedrijven terughoudend met het geven van cijfers. Dickinson: “Dat bedrijven ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid hadden en daar financieel op afgerekend konden worden, kwam niet snel bij ze op.” Inmiddels is de tijdgeest veranderd en ontvangt CDP data van 23.000 bedrijven. Wat je niet meet, kan je niet veranderen. Dickinson is ervan overtuigd dat zodra de CO2-uitstoot eenmaal beprijsd wordt bedrijven gaan veranderen en hun uitstoot gaan terugdringen.
‘Zodra de CO2-uitstoot eenmaal beprijsd wordt gaan bedrijven veranderen en hun uitstoot terugdringen.’